home * book of study * book reviews * Meetings * dutch dickensian index * dutch dickensian special * dutch connection * links

Book Reviews/ Boekbesprekingen


Wagenknecht, Edward - Dickens and the Scandalmongers (Essays in Criticism),Norman, 1965
Fitzsimons.R - The Charles Dickens Show (An Account of his Public Readings 1858 - 1870), London, 1970 ISBN 7138 0282 01
Gilfillan, Ross - The Snake-oil Dickens Man, London, 1998 ISBN 1-85702-808-2.
Peter Carey - Jack Maggs. Faber and Faber Ltd., London, 1997. ISBN 0571194826.
John, Juliet - Dickens's Villains - Melodrama, Character, Popular Culture,Oxford University Press. Oxford, 2001 ISBN 0-19-818461-1

 



scandalmongersDickens and the Scandalmongers

Er zijn boeken die na lezing van de eerste paragraaf al meteen een bepaald beeld oproepen bij de lezer. Bij Dickens heb ik dat nooit moet ik bekennen. Voordat ik een idee krijg waar hij mij dit keer heen zal voeren ben ik meestal dichter bij bladzijde honderd dan bij één. Het boek van Wagenknecht geeft zich echter al veel eerder bloot. De schrijver betrekt vanaf de eerste bladzijde zijn stelling en vuurt het ene schoot na het andere af op zijn opponenten, die hij scandalmongers noemt. Bij voortduring wekt hij de indruk niet boos maar bedroefd te zijn, omdat zijn mede literaire critici hem maar niet willen begrijpen en niet weten waar ze het over hebben. En dat had ik natuurlijk kunnen weten met de titel: Dickens and the Scandalmongers.
Het boekje, want met 150 pagina's is een verkleinwoord nog wel op zijn plaats denk ik, is een verzameling kritieken op literaire critici die de moed hebben gehad Charles Dickens van het één of ander te betichten.Wagenknecht is vervolgens de 'knight-in-shining-armour' die het voor Dickens opneemt.
In het eerste artikel, dat dezelfde titel als het boek heeft, wordt de relatie tussen Dickens en Ellen Ternan van alle kanten bekeken, waarbij Wagenknecht stelt dat we geen enkel bewijs hebben voor iets dat als een schandaal of affaire uitgelegd kan worden. Volgens hem weten we dat de schrijver omging met Ellen en dat is het dan wel zo'n beetje. Alle verdachtmakingen en negatieve opmerkingen zijn misplaatst en gebaseerd op roddels.
Waar vinden die verhalen hun oorsprong? Wagenknecht weet het begin van de affaire te traceren in 1934! Vervolgens loopt hij de voornaamste commentatoren langs, die of met herhaling van de beschuldingingen of met nieuwe zgn. 'bewijzen' aankomen om tot de conclusie te komen dat er geen enkel bewijs is dat Dickens zich niet als een echte Victoriaanse gentleman zou hebben gedragen. Het 38 jaar na dato lezen van een artikel over dit schandaal en de daarbij horende discussie roept bij mij slechts een glimlach op. In een tijd waar het huwelijk allang niet meer die dominante en onaantastbare positie in onze samenleving inneemt zoals in 1965 nog het geval was, vraag ik me nu af waar men zich in hemelsnaam druk over maakte. Ik kan zo een reeks van schrijvers opnoemen waarvan het privéleven bepaald niet het mijne is, maar die ik ondanks dat als literator wel kan waarderen. Is het niet veel belangrijker te kijken of- en in welke mate- Ellen invloed heeft gehad op het werk van Dickens? Dit soort achtergrondverhalen horen thuis in de roddelbladen. Kennelijk dacht men daar in 1965 nog anders over.
De andere artikelen die Wagenknecht aan critici van Dickens besteedt hebben in meer of mindere mate allemaal hetzelfde ondertoontje. Zij doen Dickens te kort, hebben hem niet begrepen of zijn zelf beklagenswaardige figuren, door hun gebrek aan kennis of inzicht in het oeuvre van de meester. Hierbij wordt steeds door hem benadrukt, dat hem niet gaat om de kritiek die men op Dickens heeft, maar om de kwaliteit van de geleverde kritiek.
Daarnaast worden door de hem nog drie verhalen van Dickens besproken.
Dit zijn : The Chimes, A Tale of Two Cities en Great Expectations. Stuk voor stuk zijn dit natuurlijk degelijke commentaren. Het laatste artikel is een overdruk van een toast die, tijdens het diner van de Dickens Fellowship Conference, in Boston in1962 werd uitgebracht. Dat de titel daarvan 'Immortal Memory? was, is gezien het voorafgaande eigenlijk volstrekt logisch

Guus de Landtsheer

naar boven


The Charles Dickens Show

Het boek bestaat uit vier delen waarin de verschillende perioden waarin Dickens lezingen hield worden behandeld. Dickens begon met zijn lezingen als een manier om geld te verzamelen voor goede doelen. Het succes dat hij hiermee had en het feit dat hij over het hoogtepunt van zijn schrijverscarrière heen was, gevoegd bij de problemen die hij in zijn privé leven had, deden hem besluiten om beroeps te worden. In het tweede deel wordt de lezingen cyclus van 1858 - 1867 behandeld waarbij Dickens door Groot-Brittannië en Ierland reisde. In deel drie komen zijn Amerikaanse lezingen van 1867 - 1868 aan de orde en in het laatste deel zijn Farewell Tour in Engeland van 1868- 1870 die vroegtijdig werd afgebroken.

Al in het begin van het boek wordt duidelijk dat 'lezingen' eigenlijk geen goed woord is voor hetgeen Dickens op het podium deed. Weliswaar stond hij achter een lessenaar met een boek in zijn hand, maar het effect was veel meer dat van een one-man show. Hij beeldde met zijn stem en zijn houding de diverse romanfiguren zo goed uit dat het publiek helemaal werd meegesleept en al naar gelang het verhaal uitbundig lachend of intens verdrietig, ja zelfs huilend in de zaal zat. Wat Dickens deed was zo nieuw en trok zoveel publiek dat we het misschien alleen kunnen vergelijken met een spektakel als een optreden van een superster waar duizenden mensen naar komen kijken. Er zijn door Dickens wel lezingen gehouden waarbij ruim 2000 toeschouwers in de zaal aanwezig waren. Ook in financieel opzicht waren de lezingen een enorm succes. Bij zijn dood bezat Dickens £ 93.000, waarvan iets minder dan de helft door de lezingen was verdiend.
Deze optredens hadden echter voor Dickens ook een prijs. Om zoveel mensen in een zaal zonder de hulp van microfoons en luidsprekers gedurende enkele uren te boeien is een prestatie zonder weerga en vroegen dan ook het uiterste van Dickens zowel lichamelijk als geestelijk. Daarnaast waren de tournees ook vermoeiend door de vele reizen die ze met zich meebrachten. Meestal lagen de diverse steden zover uit elkaar dat er lange treinreizen voor nodig waren en dat waren reizen die voor Dickens na zijn treinongeluk in Staplehurst in1865 ook nog de nodige psychische spanningen teweegbrachten.
De schrijver vraagt zich daarom ook af waarom Dickens zich letterlijk dood heeft gewerkt met deze optredens als hij zo welgesteld was. Voor het geld hoefde hij het niet te doen ook al waren zijn onkosten door de drie huishoudens die hij erop hield aanzienlijk. Hij leefde gescheiden van zijn vrouw, die van hem een toelage kreeg. Daarnaast onderhield hij ook zijn maîtresse Ellen Ternan en had hij ook nog zijn eigen huishouden in Gad's Hill Place. Zijn verklaring is dat Dickens zijn leven lang ernaar heeft verlangd acteur te zijn en met zijn lezingen wist hij dit zo dicht mogelijk te benaderen.Hiermee kreeg hij de waardering uit de hoek die hij zelf het meest waardeerde: de wereld van het theater.
De lezingen die hij voordroeg waren aangepaste versies van wat hij eerder had gepubliceerd. Hierdoor wonnen zijn optredens aan vaart en bereikte hij een groot dramatisch effect. Op zijn repertoire stonden in het begin: The Cricket on the Hearth, The Carol en The Chimes. Al snel kwamen hier: The Story of Little Dombey, The Poor Traveller Boots, at the Holy Inn en Mrs. Gamp bij. Hierna werden: The Trial from Pickwick en Mr. Bob Saywer's aan het repertoire toegevoegd. Zijn meest dramatische lezing was echter :The Murder,de moord op Nancy door Bill Sikes in Oliver Twist. Dickens zelf beschouwde het als zijn meesterwerk en stopte er al zijn acteertalent in en dit resulteerde in een lichamelijke en geestelijke uitputtingsslag zonder weerga. De voordracht bestond uit drie delen: Deel waarin Fagin, Noah Caypole aanzet om Nancy te bespioneren, de scène op de London Bridge waar Nancy met Mr. Brownlow en Rose Maylie spreekt en als laatste het deel waarin Fagin Claypole wakker maakt om hem het verhaal aan Slikes te vertellen en de uiteindelijke moord op Nancy. De zaal hoorde het stuk ademloos aan en was aan het eind helemaal van haar stuk gebracht. Niet minder gold dit voor Dickens. Tijdens zijn laatste twaalf lezingen nam dokter Beard, voor en na de lezing de polsslag van Dickens op zodat we weten aan wat voor slijtageslag Dickens zichzelf onderwierp. Voor de aanvang van de eerste lezing was zijn pols 72 en na afloop 95. Bij de volgende lezingen was zijn pols voor de aanvang nooit meer onder de 82 en steeg zijn polsslag aan het einde tot boven de 120. Tijdens de pauze lag hij dan 15 minuten meer dood dan levend op een sofa zonder dat hij een woord uit kon brengen.
De laatste lezing vond plaats op Dinsdag 15 maart 1870. Vanaf de eerste lezing op 29 april 1858 had Dickens 444 lezingen gehouden. De tijd die hem daarna nog restte besteedde hij aan het schrijven van Edwin Drood. Op Woensdag 8 juni kreeg hij een hartaanval waaraan hij Donderdag 9 juni rond zes uur 's avonds overleed.
Na lezing bleef bij mij de volgende indruk achter:
Dickens heeft volop van de lezingen genoten, zoveel zelfs dat het hem de ontberingen van het vele reizen en zijn verslechterende gezondheid was. Zeker in het begin lag bij hem de nadruk op de financiële kant. Het feit dat hij ermee doorging toen hij zijn schaapjes allang op het droge had en zijn lichaam gaandeweg verder aftakelde en hij zeer veel pijn moet hebben geleden, geeft voeding aan de gedachte dat hij later een hoger doel dan alleen geldelijk gewin, nastreefde. Nu zouden we hem ongetwijfeld een workaholic hebben genoemd, maar misschien waren de lezingen ook wel een vlucht vooruit. Hij was over het hoogtepunt van zijn literaire productie heen en de lezingen boden hem de gelegenheid op een terrein waar hij zelf zo graag in had willen uitblinken, nl. het toneel, alsnog grote successen te boeken. Tevens kon hij er de gevoelens van een naderende ouderdom, huiselijk ongeluk en openlijke roddels over zijn nieuwe relatie mee ontlopen. Misschien dat hij uiteindelijk wel op de vlucht was voor zichzelf en dat hij daarom tegen de adviezen van zoon Charley, zijn vriend/biograaf Forster en zijn artsen tot het laatste toe met zijn lezingen is doorgegaan.

Guus de Landtsheer

naar boven


The Snake-oil Dickens Man

What is in the name? Lang niet alles waar Dickens op staat is ook Dickens. Dat bleek maar weer eens toen ik afgelopen zomer, tijdens een vakantie in Engeland, een boekenbeurs bezocht. In de markthal, waar veel dertien in een dozijn werk werd aangeboden, viel mijn oog op een boekje met een voor Dickensians interessante titel en een voor Nederlanders aantrekkelijke prijs. Die combinatie doet het bij mij nog altijd en zo kwam ik in het bezit van een nog ongelezen winkeldochter van slechts 4 jaar. Het boekje moet bij het verschijnen toch aardig hebben verkocht, want echt groot was de stapel van de verkoper niet, of de uitgever moet op veilig hebben gespeeld en slechts een beperkt aantal exemplaren van de debutant hebben laten drukken.
Het boek speelt zich af in de Verenigde Staten rond het midden van de negentiende eeuw en heeft wel een zeer vreemde relatie met onze Dickens. Het hele verhaal draait om een fictieve buitenechtelijke Amerikaanse zoon van Dickens, verwekt tijdens diens eerste bezoek aan Amerika in 1842. Tijdens diens tweede bezoek aan Amerika in 1867 wordt deze 'zoon' door zijn directe omgeving in stelling gebracht om met zijn 'vader' in contact te komen.Al lezende komt natuurlijk meteen de geachte op: zou het waar zijn, hebben de biografen misschien ergens een steekje laten vallen? Dat duurt echter maar kort. Het verhaal wordt al snel zo bizar en de gebeurtenissen passeren in zo'n snel tempo, dat je als lezer alle zeilen bij moet zetten om de schrijver bij te houden. De geplande ontmoeting met 'vader' Dickens schuift steeds verder Omdat het boek nog maar zo kort geleden is uitgegeven hebben de diverse boekhandelaren op het internet nog een korte inhoudsbeschrijving op hun sites staan: It is 1867 and Billy Talbot has been told that he is the illegitimate son of the great author, Charles Dickens. Billy's journey is thick with tricks, disguises and chance meetings that lead him to Hope Scattergood, a consumptive charlatan with his own interest in the great writer. Together Scattergood and Billy devise the 'Dickens Lay', a con that may lead Billy to a meeting with his father, the real Charles Dickens
Synopsis It is 1867 and Charles Dickens has arrived in Boston on his second reading tour of America. Meanwhile in Missouri, Billy Talbot leaves town in search of his father, who may be the writer. His journey includes a chance meeting with Hope Scattergood, a conman with his own interest in meeting Dickens.
De schrijver geeft in zijn 'Acknowledgements' op de laatste bladzijde uitleg over zijn werkwijze. Om zijn roman zo nauwkeurig mogelijk in de tijd en de ruimte te plaatsen heeft hij een flink aantal boeken van Victoriaanse schrijvers gelezen waarvan die van Dickens natuurlijk de hoofdmoot vormden. Vervolgens heeft hij zijn manuscript door een aantal literaire nieuwgroepen op het internet laten controleren op anachronismen en lokaal Amerikaans taalgebruik rond 1860. Hij is dus bepaald niet over één nacht ijs is gegaan. Dit doet vermoeden dat de schrijver niet iemand is die eens een aardig boekje wilde schrijven, maar juist in tegendeel degelijk vakwerk wilde afleveren.
Na lezing bleef ik met de vraag zitten: vond ik het boek eigenlijk wel zo leuk? Als ik geen Dickensian zou zijn, denk ik dat ik het maar een matig uitgewerkt verhaal had gevonden. In bijna driehonderd bladzijden zien we de hoofdpersoon van onnozele voetveeg in een gat in de staat Missouri eindigen als geslaagde politicus in Washington,die terugkijkt op zijn leven.In de tussentijd komen allerlei schurken en oplichters langs en verandert de afkeer voor zijn moeder in een diepe genegenheid. Op het eind moet er plotseling een reddende engel langs komen om hem uit de gevangenis te halen, waar hij als het verhaal logisch was vervolgd nooit meer uit was gekomen.
Waarom dan toch tot het einde toe doorgelezen? Omdat er zoveel Dickens in het boek zit. Soms is dat letterlijk het geval als onze hoofdpersoon de romans van Dickens leest. Ook het bezoek van Dickens aan Amerika wordt redelijk betrouwbaar uit de doeken gedaan. Verder heeft de schrijver zijn personages in dezelfde soort situatie geplaatst als Dickens met zijn karakters heeft gedaan. Natuurlijk bleef bijna tot het einde toe ook het antwoord op de vraag intrigeren: ontmoet de hoofdpersoon Dickens en hoe wordt de kwestie van het vaderschap opgelost?
Mijn eindoordeel is daarom: een leuk boek als Dickens er tijdens het lezen maar naast ligt.

Guus de Landtsheer

naar boven


Jack Maggs

Het behoeft geen nader betoog dat Charles Dickens werk en persoon nog altijd een grote inspirerende kracht bezitten. Dat wordt eens te meer aangetoond door de in 1997 verschenen thriller Jack Maggs van de Australische schrische schrijver Peter Carey. De hoofdpersoon van deze roman, aan wie de titel is ontleend, is een illegaal uit Australië teruggekeerde misdadiger, die met gevaar voor eigen leven op zoek is naar zijn aangenomen zoon, die de veelbetekenende achternaam Phipps draagt. In zijn ballingsoord heeft de crimineel in zoverre gratie gekregen dat hij uit gevangenschap werd ontslagen, waarna hij zijn fortuin maakte in de baksteenindustrie. Een deel van dit fortuin werd besteed aan de opvoeding van Phipps, die ten tijde dat de roman speelt, de jaren dertig van de negentiende eeuw, op ruime voet kan leven van een toelage in een fraaie woning die,naar in de loop van het verhaal blijkt, het eigendom is van Maggs.

Dit alles omdat het vierjarige weesje Phipps ooit een goede daad verrichtte ten aanzien van de veroordeelde, toen die onderweg was om gedeporteerd te worden naar Australië.
Zonder twijfel denken wij direct aan de figuren van Pipp en Magwitch uit Great Expectations, maar er is meer dat wijst op Dickens. Een belangrijke rol in het boek wordt gespeeld door de schrijver Tobias Oates, succesvol maar van nederige afkomst en, ondanks zijn rijzende ster, voortdurend in financiële zorgen, die nog worden verergerd door een vader die niet met geld kan omgaan en schuldbekentenissen uitschrijft met als borg de naam van zijn bekende zoon. Deze Oates, die behalve schrijver ook als journalist actief is, is tot over zijn oren verliefd op het jongere zusje van zijn vrouw,dat bij het echtpaar in huis woont. Deze Lizzy komt op jonge leeftijd te overlijden. Oat gebeurt uiteindelijk ook, zij het jaren later. Eerst verschijnt The Death of Jack Maggs in 1860 als feuilleton en in 1861 als boek. De jaartallen zijn geen toeval.
Hoewel Carey vrijelijk gebruik maakt van zijn werk en persoon is Jack Maggs geen parodie op Dickens, maar een geheel op eigen benen staande thriller met een verrassende afloop. Hoewel bijna vermoord door het stoken van een miezerig, maatschappelijk omhoog gevallen groentenboertje, weet Maggs, na de uiteindelijke ontknoping van het drama, met zijn geliefde, Mercy Larkin, te ontsnappen. Het paar gaat naar Australië, waar Mercy de opvoeding op zich neemt van de twee zoontjes van Maggs, die evenals hun vader op het verkeerde pad dreigen te gaan. Het gezin wordt een toonbeeld van deugdzaamheid en maatschappelijk succes. Zo deugdzaam, dat we deze toegift op het boek alleen maar kunnen zien in het licht van een geslaagde ironie.
Carey beschrijft het Londen uit de jaren dertig van de negentiende eeuw, maar hij heeft geenszins een negentiende eeuws boek geschreven. De roman is zeer eigentijds in de zin dat er weinig wordt verzwegen. Zo komt bijvoorbeeld de herenliefde aan bod, waaraan niet alleen Phipps doet, maar ook enkele huisknechten, en is Oates niet op een platonische wijze verliefd op zijn schoonzusje, maar zo vaak als hij maar de kans krijgt verenigt hij zich met haar. Het resultaat is een ongewenste zwangerschap, een overdaad aan abortuspillen en het doodbloeden van Lizzy tijdens een miskraam. Mercy, ten slotte, is, voor ze er met Maggs vandoor gaat, allesbehalve vies van de lichamelijke omgang met de veel oudere ex-groentenman Buckle, haar weldoener van weleer.
De auteur heeft geen nieuwe Dickens willen schrijven, maar door een deel van diens materiaal en leven door zijn roman te weven zijn we als Dickensians zowel op bekend terrein als in een geheel nieuw avontuur terechtgekomen. We bevinden ons daarbij echter wel op een terrein dat bezaaid is met voetangels en klemmen. Steeds als we denken een herkenningspunt te hebben gevonden komt Carey met een wending die ons op het verkeerde been zet. Daarbij moeten we buitengewoon oppassen om fictie en werkelijkheid niet door elkaar te halen. De Author's Note aan het begin van het verhaal luidt: The author willingly admits to having once or twice stretched history to suit his own fictional ends. Men vatte dat once or twice vooral op als een understatement. Weest bij dit boek op uw hoede, maar vooral: geniet ervan zoals van een echte Dickens!

Kees Klok

naar boven


Dickens's Villains

Dickens's Villains is een zuiver wetenschappelijk boek van 258 p., een uitvoerig register en een nog uitvoeriger bibliografie. Het is een levenswerk:
This book started life as an undergraduate dissertation, became a doctoral thesis, and had followed me round various teaching posts as an embryonyc book.
Aldus begint de schrijfster haar boek in Acknowledgements. Ik geloof, dat ik de strekking van haar boek het best kan weergeven met de eerste alinea van haar 'introducution' te citeren.

The brain is a marginal part of the Dickens character's anatomy. This case has been argued many times in Dickens criticism,not least of his melodramatic villains. Since Wilson (Dickens: The Two Scrooges) stimulated interest in the macabre side of Dickens's work, for example, many notable critics have dismissed the Dickens's villains as 'melodramatic' and 'stagy', while at the same time praising Dickens's complex understanding of deviant psychology. This book was born in response tothe false logic of such arguments; if Dickens's villains are nothing more than theatrical stereotypes, I asked myself, how do his novels convey what Humphry House calls an 'intimate understanding of morbid and near morbid psychology?' It is no accident, for example, that the passages in Dickens most commonly praised for their psychological power are invariably projected through the cosciousness of exactly those 'skulking figures' of theatrical convention dismissed by Wilson:we think of Sikes after the murder of Nancy, Fagin at his trial, Jonas after the murder of Tigg, and even Rudge remembering the murder of Reuben. It is similarly significiant that Dickens's first novellistic villain, Jingle an The Pickwick Papers, is an actor. There has been a great deal of fruitful criticism of both the macabre and the theatrical elements of Dickens's writing. What is striking,however, is the extent to which these two key stands in Dickens studies have regarded themselves as mutually exclusive. While critics of the, 'macabre' Dickens routinely disparage the theatre, among the vast body of work which has grown up around Dickens's fascination with the theatre, virtuall no notice has been taken of the deviant Dickens. I aim to illuminate the crucial symbiosis which exists between the 'devian' and the 'theatrical' aspets of Dickens's writing and, in so doing, to pinpoint the contradictions that are endemic in the current state of understanding of art.
Het voorgaande maakt duidelijk, dat melodrama een wezenlijk kenmerk is van Dickens' kunst. De literaire wetenschap heeft de gehele 19e en het grootste deel van de 20e eeuw de individuele psychologie gezien als karakteristiek van personen en dus ook van de schurken in Dickens' schrijven. eerst in 1976 wordt deze eenzijdigheid doorbroken met Peter Brooks' werk The Melodramatic Imagination: Balzac, Henry James, Melodrama and the Mode of Excess. Sindsdien is het melodrama een aanvaard onderwerp voor literaire studie. Maar Edmund Wilson, Henry James,F.R. Leavis, G.H. Lewes, George Eliot, zij allen hebben Dickens gelezen vanuit een toenmalige culturele opvatting, waar Dickens juist tegenin ging.
In The Amusements of the People schreef Dickens zelf:
The lower we go [classes], the more natural it is that the best-relished provision for this [imagination] should be found in dramatic enterttainments' as at once the most obvious, the least troublesome, and the most real, of all escapes out of the literal world.The Amusements of the People verscheen in Households Words van 30 maart 1850, het eerste nummer van dat tijdschrift. In het voorwoord daarvan schreef Dickens:

No mere utilitarian spirit, no iron binding of the mind to grim realities, will give a harsh tone to our Household Words. In the bosoms of the young and old, of the well-to-do and of the poor, we would tenderly cherish that light of Fancy which is inherent in the human brest; which, according to its nurture, burns with an inspiring flame, or sinks into a sullen glare, but which (or woe betide the day!) can never be extinguished. To show to all, that in all familiar things even in those which are repellent on the surface, there is Romance enough, if we will find it out: -- to teach the hardest workers at this whirling wheel of toil, that their lot is not necessarily a moody, brutal fact, excluded from the synmpathies and graces of imagination; to bring the greater and the lesser in degree, together, upon thatwide field, and mutually dispose them to a better acquaintance and a kinder understanding - is one main object of our Household Words.
In de loop van zijn leven wijzigt zich ook het inzicht van Dickens. er is een aanzienlijk onderscheid tussen de schurken in zijn eerste romans en die in zijn latere. Terwijl Alfred Jingle in zij woorden en daden onmiddellijk gekarakteriseerd is, heeft John Jasper een dubbel leven.

Juliet John onderscheidt in haar boek twee delen. het eerste behandelt 'Melodrama, Villainy, Acting', het tweede 'Dickens's Novels'. Beide delen behandelen uitvoerig alle literaire stromingen en kritiek, betreffende Dickens, en vergen dan ook een grote kennis daarvan. Zij leiden tot een uitermate belangwekkende visie op John Jasper (Edwin Drood) welke zonder een diepgaande studie van haar boek moeilijk te begrijpen valt en ik daarom niet weergeef. Voor de echte liefhebber van Dickens die literair onderlegd is, is Dickens's Villains een uitzonderlijk boek.

J.A. Ebbinge Wubben

naar boven