Laatste Nieuws

Fellowship

26-10-2023

Nieuwsbrief Dickenstheater Laren

Oktober 2023

Lees de Nieuwsbrief van het Dickenstheater Laren, met verslagen over afgelopen voorstellingen en aankondiging van het programma voor november en december van dit jaar, aangevuld met tal van illustraties en foto’s.



4-10-2023

Dickens-festijn Deventer 2023

Dit jaar zal het Dickens-festijn in Deventer worden gehouden op zaterdag 16 en zondag 17 december. Voor meer informatie: zie het programma op de website van Dickens Festijn Deventer.



Luncinda Hawksley gives a lecture

14-9-2023

Verslag Annual Conference 2023

Pieter de Groot

Na drie jaar Zoom konden wij weer bij elkaar komen, en wel in London. Hieronder een beknopt verslag

Donderdag 27 juli

De zaal voor de lezingen ziet er fraai uit. Het is het enige deel van Barnard’s Inn nog dat authentiek is, de rest is allemaal nieuwbouw. Hier hadden in Great Expectations Pip en Herbert kamers. Er is in het eivolle zaaltje een hartelijk welkom door de president, Cindy Waters. Zij belicht nogmaals het thema van deze conferentie: Dickens. Law and Disorder’. Waarna wij meteen aftrappen met een lezing door haarzelf over de openbare executies in de tijd van Dickens. Dat waren er veel, heel veel. Tussen 1770 en 1870 werden er in Engeland en Wales zo’n 35.000 mensen ter dood veroordeeld. Vanwege dat grote aantal stelden de kranten speciale correspondenten aan. Ook Dickens woonde publieke executies bij, maar was tegen het publiek karakter ervan omdat er een sfeer van vermaak omheen hing. De avond ervoor verzamelden de toeschouwers zich al. Er waren goochelaars en straatartiesten, een soort Koninginnenach- sfeer dus. Compleet met zakkenrollers in de menigte waardoor er een ander soort criminaliteit plaatsvond dan waarvoor er opgehangen werd. Maar de overheid wilde het wel publiek houden zodat iedereen kon zien dat er ook echt werd opgehangen en dat er geen onderscheid werd gemaakt. Ook vond de overheid dat schrijvers de massa ophitsten mede door het in winkels etaleren van misdaadromans. Later veranderde het publiek karakter van executies en in 1868 vond de eerste besloten ophanging plaats. Hierna spreekt Franziska Quabeck over Gentlemen of the Law. Die titel klinkt aardig maar ze maakt duidelijk dat Dickens weinig op had met hen. ‘They are not nice, not comic and not tragic’. Dickens noemt hen niet zelden ‘windbags and villains’. Zelfs de kat van Vholes (Bleak House) gedraagt zich als Vholes zelf in de manier waarop ze een muis observeert. Volgens Quabeck verschuilen advocaten zich in Dickens vaak achter de stelling dat het aan het systeem ligt, maar het heeft volgens haar meer te maken met macht dan met het systeem. Ze geeft als voorbeeld Uriah Heep (David Copperfield). Vervolgens gaat zij in op het aanstaren dat advocaten doen, ‘the eyes of the law that makes you feel guilty’, ook als je het niet bent. Dan volgt er een citaat: ‘lawyers, sharks and leeches are hard to satisfy’ en dat valt niet goed bij een aantal advocaten die zich onopvallend tussen ons gemengd hebben. Net als er een klacht wegens smaad in de lucht lijkt te hangen noemt zij het feit dat Dickens vaak mannen beschrijft die benadeeld worden door de wet terwijl het juist vaker vrouwen waren die het zwaar hadden te verduren. Zij sluit af met het citeren van Sydney Carton (Tale of Two Cities): ‘I hate the law’. De serie wordt vervolgt met het optreden van Donald Rumbelow, een gepensioneerd politieman uit London. In 1829 werd de politie voor het eerst georganiseerd. Dit leidde tot een grote haat van het publiek naar de politie. Die was zo groot dan het moeilijk werven was en het oorspronkelijk aantal van 500 politiemensen was in 1849 zelfs teruggelopen tot 136 man. De politieman had het niet makkelijk, er werd, in tegenstelling tot soldaten, verwacht dan men altijd nuchter was en zich altijd diende te gedragen. Rumbelow legt het verschil uit tussen de London City Police (die binnen een vierkante mijl opereerde) en de London Met en stelt dat het vangen van dieven ook voor politiemensen vaak lucratief was, want er was steeds gedoe over de hoogte van salarissen.
Voor de lunch spreekt nog Michael Eaton. Volgens Griffith ontdekte Dickens de detective en volgens Orwell was de politie het enige beroep dat Dickens normaal, niet satirisch, beschreef. Dickens had bijna een devotie voor de politie, hij leek er geen kritiek op te hebben of te dulden. Eaton spreekt van een bijna ‘boyish heroism’ hoewel ook wel ‘a bit patronising’. Hij citeert verder Wills: ‘if thieving is an art, thieftaking is a science’ en spreekt nog over Inspector Fields, waarmee Dickens wel op pad ging (Miscellaneous Papers). Na In 1877, na Dickens’ dood dus, kwam er een groot schandaal met betrekking tot corruptie binnen de politie naar buiten. Eaton vraagt zich af wat Dickens hier over zou hebben gezegd.
Na de lunch, die wij buiten opknabbelen, spreekt Lucinda Hawksley over haar voorvader en de zoon van Dickens, Henri Fielding. Die zag de bewondering in de ogen van de mensen als hij met zijn vader over straat liep. Wij krijgen daarna verdere uitleg over de familie lijnen en over de financiële ondersteuning die Dickens links en rechts aan familieleden gaf. Wij sluiten vandaag af met Melissa Rampelli die spreekt over de vrouwelijke detective. Eerst neemt zij ons mee door het proces van deductie van inspector Bucket (Bleak House). Dickens beschrijft hem als een man die veel met zijn dikke wijsvinger priemt en op die manier ook communiceert. Vervolgens gaat zij in op Mrs. Bagnet, die Bucket assisteert. Vrouwen werden in die tijd nog al eens beschreven als snel hysterisch, maar daar is bij Mrs. Bagnet geen sprake van. Gewapend met haar paraplu doet zij haar werk heel goed en in wezen is er hier geen verschil tussen de mannelijke detective en de vrouwelijke. Na de thee is er entertainment door The Dickens Declaimers, die voor ons het proces Bardell versus Pickwick voordragen. Het is echt heel goed uitgevoerd, alleen Londenaren kunnen dat denk ik, met die juiste stemintonaties. Waarna wij afzakken naar de pub: Citte of Yorke waar de penningmeester, aangevuurd door gunstige financiële cijfers, ons een rondje aanbiedt.

Vrijdag 28 juli

De eerste lezing is door Angela Buckley die ons gaat onderhouden over de Mannings Murder. Dickens had eens een conferentie georganiseerd met de politie en toen kwam deze zaak naar voren. Frederick en Maria Manning hadden Patrick O’Connor vermoord en zijn lichaam verborgen onder vloerplanken. Nooit een goede plaats, zoals de lezers van misdaadromans wel zullen weten. Wij krijgen een beschrijving van de ontdekking. Beiden werden opgehangen in Horsemonger Goal. Het was een publieke executie en Dickens was erbij en werd erdoor “achtervolgt”. Er is een theorie dat Maria Manning model stond voor Lady Dedlock (Bleak House). Verder spreekt zij nog over de echte inspector Bucket, die Fields heette, maar dat hadden we al gehoord. Vervolgens spreekt Emily Bell (de nieuwe hoofdredacteur van The Dickensian). In de brieven van Dickens staat het nodige over de doodstraf en de publieke executies. Dickens zag op de leeftijd van 15 jaar de eerste. Het ging om ene Thomas Hocker, veroordeeld voor moord. Zij citeert uit Oliver Twist (Fagin in de cel) en Tale of Two Cities (madame Defarge met haar breiwerk onder de guillotine). Daarna krijgen wij uitleg over Basil Montagu, een kennis van Dickens, die betrokken was bij de vernieuwing van de wetten met betrekking tot faillissementen. Christine Corton gaat daarna in op de ontwikkeling van de scheidingswetten in de tijd van Dickens. Zij pakt de zaak van Stephen Blackpool (Hard Times) erbij en geeft uitleg over de traagheid van veranderingen; die uiteindelijk wel effect hadden, voor iedereen. In 1858 werd er voor het eerst een rechter aangesteld in het zogenaamde ‘divorce court’; Sir Cresswell Cresswell. Een harde werker met een slecht humeur maar wel gevoelig voor de zaak. Anthony Trollope schrijft in een van zijn romans dat: ‘most marriages are fairly happy, in spite of Sir Cresswell Cresswell’. Het werd ook tijd voor een scheidingswet want nu ontliepen mannen nogal eens hun huwelijk door te vertrekken naar bijvoorbeeld de VS of Australia. De broer van Dickens, Augustus was zo’n voorbeeld. Hij trouwde in 1827, liep weg naar de VS en liep daar ook weg van zijn gezin in Chicago. Dickens was trouwens tegen dat huwelijk gekant. Ook Frederick Dickens moest het zonder de zegen van Dickens stellen, hij kwam niet eens op het huwelijk. Zijn eigen huwelijk was ook al problematisch, hij probeerde zijn vrouw zelfs krankzinnig te laten verklaren, maar dat kwam er uiteindelijk niet van. Voor de lunch spreekt nog Deborah Siddoway. Dickens zag zijn scheiding als een ‘lijk in de kast’ (a skeleton in the cupboard). Zij gaat ook in op het huwelijk van de Lammles (Our Mutual Friend) die beiden menen een financieel aantrekkelijk huwelijk in te zijn gegaan maar dat blijkt niet zo. Zij benoemt ook dat scheiden voor vele financieel onmogelijk was zolang men zichzelf probeerde te onderhouden maar dat scheidingen wel meteen werden voltrokken als men in het werkhuis belandde. Er zijn in het werk van Dickens talloze voorbeelden hiervan. Op een vraag uit de zaal of het huwelijk tussen Bella Wilfer en John Rokesmith (Our Mutual Friend) wel geldig was omdat Rokesmith onder een aangenomen naam opereerde, antwoord zij: nee, maar dat Bella niet zou gaan protesteren.
Na de lunch spreekt Jerry White over de schaamte van de Marshallsea die Dickens voor het leven beschadigde. Hij was zelfs niet in staat het van zich af te schrijven. Waarop White de geschiedenis van de Marshallsea beschrijft. Zoals bekend mag zijn, staat er nu alleen nog maar een muur overeind. Hij noemt het systeem van de schuldgevangenis een vreselijk wapen, ook voor hen die geld tegoed hadden. Dit type gevangenissen waren vaak geprivatiseerd en de bewakers waren persoonlijk aansprakelijk voor vluchten. Na 1811, als de Marshallsea een nieuwe fase ingaat, zijn er geen ontsnappingen meer geweest. De Marshallsea werd in 1842 gesloten als gevangenis. De Dickens familie kwam er in 1824 in terecht wegens een schuld van 40 pond bij een bakker. Dat was echt veel geld in die tijd. Dickens beschrijft schuldgevangenissen in de Pickwick Papers, David Copperfield en natuurlijk Little Dorrit. Jeremy Parrott spreekt vervolgens over censuur. Die ging op een gegeven moment zover dat men niet meer sprak over een ‘Rump Parliament’ maar over een ‘Mongrol Parliament’ om het woord Rump (backside) maar niet uit te hoeven spreken. Waar in het werk van Dickens sprake is van censuur, is dat in David Copperfield waar Mr. Dick zichzelf censureert als het hem maar niet lukt over de onthoofding van King Charles I uit zijn memoires te houden. Ook in het werk van Shakespeare was regelmatig sprake van censuur; in 1850 was men al aan de elfde nieuwe editie toe. Ook Mundi’s circulating librairies censureerde er lustig op los. Onder andere hierover hebben wij binnen de Haarlem Branch eerder een lezing georganiseerd met Odin Dekker als spreker. Het ging er in de Victoriaanse tijd om dat het, om met Mr. Podsnap (Our Mutual Friend) te spreken: ‘not to bring a blush to the cheek of the young person’. Tot slot luisteren wij naar Malcolm Andrews. Hij leest uit een brief van Dickens aan Wilkie Collins waarin hij zichzelf omschrijft als een wild beest vanwege de onrust die hij in zich had. Met name als hij bezig was met een idee voor een nieuwe roman. Die onrust, komt volgens Andrews ook terug in zijn beschrijvingen van allerlei rommel winkeltjes, knick-knack shops. In London heerste in zijn tijd ook vaak chaos en onoverzichtelijkheid vanwege de bouw van de spoorwegen. London toen, kon je volgens Andrews zien als een krant. Er staat van alles in maar het is niet verbonden. Dit is de beknopte samenvatting van alle lezingen. Een korte conferentie, er bleef weinig tijd over voor uitstapjes in de middag en ook was er geen AGM waardoor het hele ritueel van het opstaan van de vertegenwoordigers en het applaus werd gemist. Maar er was wel een rondwandeling op de woensdagmiddag en een receptie daarna in het Dickens House Museum en op de zaterdag een uitstapje naar Gad’s Hill. En op vrijdagavond het banquet in de indrukwekkende Garrick Club waar een strenge dresscode geldt, men schuw is wat betreft het maken van foto’s, de kwaliteit van alles van hoog niveau is en men niet karig is met het schenken van champagne en wijn. De lunches en de koffie/thee waren goed en omdat het gelukkig mooi weer was konden wij alles buiten gebruiken. Daar hebben wij met z’n allen ook geposeerd voor de groepsfoto die op de website van HQ staat, samen met een groepsfoto van hen die naar Gad’s Hill zijn gegaan. Al met al toch een goede conferentie met goede lezingen die overigens niet bij iedereen altijd even goed vielen want er zaten de nodige juristen in de zaal.



NB: Foto's van de conferentie kunnen worden bekeken in de diavoorstelling Dickens Followship Conference 2023 in London


De Kunstkerk in Dordrecht

 

Verslag van de 275e vergadering van The Dickens Fellowship Haarlem Branch

Pieter de Groot

In een schaduwrijke Kunstkerk verzamelden zich 22 leden. Een tevreden president spreekt van een overweldigende opkomst. Het is warm weer vandaag en wij zijn een eind afgezakt naar het zuiden maar voor een aantal van ons geldt dat overigens niet, want die zijn juist een stuk dichter bij huis dan anders. Zo zie je maar weer. Zij spreekt haar dank uit aan het organisatiecomité.

In de Kunstkerk is een expositie aan de gang en vlak bij onze tafels staat een constructie opgesteld die zo uit ‘War of the Worlds’ lijkt te zijn weggelopen. Nadat de stekker daar uitgetrokken is, en wij ons niet langer bespiedt wanen, geeft de president het woord aan onze spreker van deze middag: mevrouw Pauline Westelaar, die zegt zeer vereerd te zijn voor ons te mogen optreden. Zij spreekt over Godfried Bomans, zijn werk met daarin naast veel humor ook pathos. Zij gaat ons een aantal verhalen daaruit voorlezen.
Het eerste verhaal is een sprookje over een domme koning en zijn drie nog dommere zonen waarmee het toch nog goed kwam dankzij de koning van China. De moraal is dat leven van de wind, in tegenstelling wat U thuis en op school heeft meegekregen, best nog wel wat op kan leveren. Het tweede verhaal komt uit Kopstukken; het gaat over een honderdjarige die een voor die leeftijd verbazingwekkende elasticiteit aan de dag legt. In het derde verhaal behandelen wij een verliefde kikker. De moraal is dat het opletten geblazen is aan de slootkant. Niet alles is wat het lijkt te zijn. Tot slot leest mevrouw Westelaar het sprookje over de dood van de van een sprookjesverteller die, voor zijn sterven, zo graag een kabouter wilde zien. Dat zat er niet in maar het liep toch eigenlijk wel goed af voor hem. President bedankt haar en overhandigt haar ons boek ‘Dickens in de Lage Landen’, getekend door de vier auteurs die nog onder ons zijn. Waarna wij aan tafel gaan, waar de heer Klok ons nogmaals wijst op het feit dat wij in een gebouw zitten dat ontworpen is door de vader van Annie M.G. Schmidt; en dat alles in de oudste stad van Holland. Tevens geeft hij ons een folder waarin gewezen wordt op meer fraais in Dordrecht en op rondleidingen door deskundige gidsen, waarvan hij er een is. Dan staat de heer Ferdinandusse op. Hij geeft aan het prettig te vinden dat wij weer een buitendag hebben. De eerste die hij meemaakte was in Kraantje Lek. Dat bezoek werd als een buitendag beschouwd omdat de bijeenkomsten in die tijd in De Rusthoek plaatsvonden. Dat Kraantje Lek bij wijze van spreken om de hoek lag werd als een trivialiteit beschouwd. Hij herinnert zich nog andere buitendagen in Dordrecht maar ook een aantal malen in Bronkhorst om maar te zwijgen van Dantumerwoude dat nu nog natrilt van ons bezoek. Op natte herfstavonden, als de wind om de herberg giert vertellen ouderen nog steeds aan de ademloos luisterende jeugd over dat bezoek en het maatschappelijk verval van de bewoners van het huis van de notaris. Waarna de Dickens familie in Dordrecht ter sprake komt. Volgens de heer Klok wonen zij inmiddels in de wijk Starrenburg. Wat dit inhoudt weten wij niet maar als de naam valt laat in de keuken de ober een stapel borden vallen. Een directe relatie met onze Dickens lijkt niet voorhanden. De heer Van Kessel heeft zojuist gekeken bij een expositie, hier om de hoek. Niemand had hem gemist, maar goed. Daar is een schilderij van Ary Scheffer te bewonderen waarop een zaal staat afgebeeld waar Dickens ooit eens lezingen gaf, tijdens zijn verblijf in Parijs. Daarmee is er toch vandaag een Dickens connectie gemaakt. De heer Kooiman vertelt ons over een lezing die hij eens gaf ergens in het Gooi, een omgeving waar doorgaans gezond geslapen wordt. Dat bleek ook tijdens de lezing die hij daar gaf, op een mevrouw op de voorste rij na die meer dan aandachtig luisterde. Achteraf bleek zij de Nederlandse taal niet machtig was dus blijft het gissen naar de ware reden. Hij stelt dat in slaap vallen tijdens een lezing eigenlijk een hogere vorm van luisteren is. U bent op de hoogte, de heer Kooiman speekt voor ons in december. Waarop de president de bijeenkomst besluit met de opmerking dat de thuisblijvers ongelijk hadden.


NB: Foto's van de bijeekomst in Dordrecht kunnen worden bekeken in de diavoorstelling Zomerbijeenkomst 17 juni 2023 in Dordrecht


Illustratie van Fred Barnard uit 1904, die de jonge Charles Dickens in de schoensmeerfabriek verbeeld

7-9-2023

Nieuwe kleine tentoonstelling in het Dickens House Museum te Londen

Charles Dickens' episode als kinderarbeider in de Warren's Blacking schoensmeerfabriek belicht

Om te herdenken dat het 200 jaar geleden wa dat Charles Dickens als 11-jarige jongen moest gaan werken in een schoensmeerfabriek, heeft het Dickens House Museum in Londen een kleine tentoonstelling ingericht in de voormalige studeerkamer van de auteur.   

Op de tentoostelling zijn onder meer gravures te zien van de omstandigheden in de schoensmeerfabriek, brieven die John Dickens in die tijd schreef aan zijn zoon, en een authentieke pot schoensmeer van Warren's Blacking Factory. De tentoonstelling loopt tot 21 januari 2024.

Bron: The National News/Arts & Culture. Artikel van 4 september 2023, geschreven door Melissa Gronlun